Vrijdag 30 juli: Sipi Falls – Victoriameer – Masaka

Vandaag staat er een mooie tocht op het Victoriameer op de planning. Onder andere deze Malachietijsvogel (Malachite Kingfisher / Alcedo cristata) laat zich fotograferen.

Om half zeven ontbijten we al, want om 7.00 uur staat Steve klaar om ons naar Masaka te brengen. Een bijzonder lange rit! Eerst moeten we voorbij Kampala zien te komen, dat lukt pas rond het middaguur.

Zomaar wat straatbeelden.

Tenslotte pikken we een gids op en gaan we in een eenvoudig restaurant “lunchen”. Na het eten rijden we de bushbush in om uiteindelijk bij wat hutjes aan een kreek te komen. We stappen in een smalle schuit, waar we allemaal in passen – Steve blijft bij de auto. Buitenboordmotor aan en varen maar. Doel is de Schoenbekooievaar, die we ook werkelijk twee keer te zien krijgen. Bovendien zien we nog meer leuke vogelsoorten. Een prima uitje. Voldaan komen we bij de bus terug.

Terwijl de zon in het westen langzaam wegzakt, passeren wij de evenaar. Het is hier nu winter…

Wie denkt dat we vervolgens wel snel bij het hotel zullen zijn, vergist zich. Er volgt nog een lange rit. Als het donker wordt, wordt het erg gevaarlijk op de weg. Gelukkig komen we veilig in Masaka, waar een balzaal in een erg luxe hotel voor mij gereserveerd is. Ook Marinus slaapt alleen, in een double. De dames hebben een triple. Eten, douchen komt morgen wel – welterusten!

 

15 June 2011
By on 14:38
Vrijdag 30 juli: Sipi Falls – Victoriameer – Masaka

Vandaag staat er een mooie tocht op het Victoriameer op de planning. Onder andere deze Malachietijsvogel (Malachite Kingfisher / Alcedo cristata) laat zich fotograferen.

Om half zeven ontbijten we al, want om 7.00 uur staat Steve klaar om ons naar Masaka te brengen. Een bijzonder lange rit! Eerst moeten we voorbij Kampala zien te komen, dat lukt pas rond het middaguur.

Zomaar wat straatbeelden.

Tenslotte pikken we een gids op en gaan we in een eenvoudig restaurant “lunchen”. Na het eten rijden we de bushbush in om uiteindelijk bij wat hutjes aan een kreek te komen. We stappen in een smalle schuit, waar we allemaal in passen – Steve blijft bij de auto. Buitenboordmotor aan en varen maar. Doel is de Schoenbekooievaar, die we ook werkelijk twee keer te zien krijgen. Bovendien zien we nog meer leuke vogelsoorten. Een prima uitje. Voldaan komen we bij de bus terug.

Terwijl de zon in het westen langzaam wegzakt, passeren wij de evenaar. Het is hier nu winter…

Wie denkt dat we vervolgens wel snel bij het hotel zullen zijn, vergist zich. Er volgt nog een lange rit. Als het donker wordt, wordt het erg gevaarlijk op de weg. Gelukkig komen we veilig in Masaka, waar een balzaal in een erg luxe hotel voor mij gereserveerd is. Ook Marinus slaapt alleen, in een double. De dames hebben een triple. Eten, douchen komt morgen wel – welterusten!

 


By on 14:38
Donderdag 29 juli: Sipi Falls

Vandaag hebben we een wandeling naar de waterval op het programma staan. De nacht was koud en diep onder de dekens slaap ik dan extra lekker. Vanmorgen regende het nog behoorlijk, maar nu is het droog en het wordt mooi weer. De paadjes zijn echter heel glibberig geworden, rode klei stapelt zich op onder je schoenen… Het is te gevaarlijk om naar de Sipi-waterval te gaan, die we vanaf ons hotel kunnen zien. Moses is onze gids en hij brengt ons naar een plek waar we de waterval veilig kunnen bekijken. Zo’n honderd meter lager klapt het water op de rotsen en stroomt het als een beekje weg. Enkele oude bananenbomen zijn uit een boomgaard verwijderd om plaats te maken voor jonge bomen.

We lopen verder, snijden een stukje af door een koffieplantage en gaan verder het dal in, al glibberend. Daarna moeten we weer omhoog. Moses vertelt intussen het een en ander over bomen en planten die we tegenkomen. “Deze boom wordt gebruikt als wij last hebben van wormen”, enzovoort. We komen boven bij een hotel; daarachter ligt een pad omhoog, dat naar een hoger gelegen waterval voert. We drinken eerst een colaatje en gaan daarna voorzichtig klimmen.

Een paar jongens tonen ons een verse kameleon, Bij de waterval druipt het water langs de rotswand naar beneden. Het pad krijgt wat weg van een beekje. De waterval : zwaar gebulder, veel spatwater. Met enorme kracht stort een beek zich hoog boven ons over de rand. Bruisend kolkt het water weer verder bergafwaarts. Onstuitbaar. Achter deze waterval is door mensen een grot uitgehakt. Volgens Moses was dat vanwege de mineralen die in het gesteente zitten.

We schuifelen terug naar de splitsing; Marjan, Toos en ik gaan niet verder omhoog, Annette en Marinus we, samen met Moses. Ze komen ons straks wel weer tegen, wij gaan in de tuin van het restaurant bij de beek zitten.

Als we weer voltallig zijn, wordt het tijd om een dorpje binnen te lopen. We zullen er lunchen (“local food”, het alledaagse eten van de gewone man hier). De tafel wordt gedekt, er komt een variatie aan schalen en pannen op te staan. We kunnen nog niet beginnen met eten, Moses zegt: in Afrika zijn we gewend om voor het eten Gods zegen te vragen, dus we zullen samen eerst bidden. En meteen gaat hij hardop voor in gebed. Aangezien wij dat ook zo gewend zijn, doet het ons erg goed om te zien dat deze man op zo’n wijze samen met zijn gasten de maaltijd opent.

We mogen ons tegoed doen aan matoke, boontjes, bonen, twee soorten spinazie/andijvie-achtige groenten en avocado. We krijgen er stukjes-vlees-in-saus bij en krijgen een flesje koude frisdrank. Prima maaltijd.
Moses geeft ons na de maaltijd uitleg over gebruiken en tradities in deze streek. Zo blijkt hier de besnijdenis als een initiatiefeest gevierd te worden; zowel mannen als vrouwen worden besneden. Vorig jaar is het feest niet gevierd, dit jaar weer wel. De overheid heeft geprobeerd om het te verbieden, maar dat gaf problemen met de vooroudergeesten, dus moest het wel mislukken. De voorbereidingen worden lang van tevoren getroffen en een jaar van tevoren wordt al bekendgemaakt wie zich zullen laten besnijden. Tja, dat van die vooroudergeesten is natuurlijk wel weer een beetje een tegenvaller, na het gebed voor het eten van zojuist. Waarbij we echter niet moeten vergeten dat Moses hier de gebruiken van de streek uitlegt en vertelt waarom het overheidsbeleid op dit punt mislukte, het hoeft dus niet noodzakelijkerwijze ook zijn vooroudergeloof te zijn waar hij ons over inlicht. Hoe dan ook, het gaat in elk geval niet goed samen met het christendom.

De koffie is het volgende onderwerp. We stoppen gedroogde bonen in een mortier en moeten stampen. Daardoor scheid je de vel van de bonen. Die velletjes moeten eruit: de mortier wordt in een schaal geleegd. Buiten werpen we bonen en velletjes in de wind omhoog. De lichte schilletjes worden meegenomen, de zware bonen vallen terug in de schaal. Door er tegelijkertijd overheen te blazen help je de wind een handje, tot je tenslotte alleen bonen in de schaal hebt.

De bonen moeten worden gebrand, maar dat is een proces dat voor ons teveel tijd kost. We sluiten af door het vuur aan te steken, diep weggedoken in de keuken. De houtgestookte oven rookt afschuwelijk, mijn ogen gaan tranen en alleen door met mijn hoofd laag bij grond te blijven houd ik het uit in het hokje. Lang genoeg om een paar foto’s te maken, waar ik dan later wel weer de beste uit kan selecteren. De kokende koffie wordt door een zeefje in een thermosfles geschonken en wij kunnen genieten van een bakje echte ‘arabica’.

Interessanter is het lokale bier. Allemaal huismerk. Het wordt meest warm gedronken. Het heeft iets weg van een waterige brintapap: er zitten nog veel zemeltjes in. Om die te omzeilen gebruik je een stengel van een plant (waterlelie?), met aan het uiteinde een filter. Het filter gaat in de kan of emmer met bier, en als je wilt drinken steek je het andere einde in je mond en zuig je net zo lang tot je bier drinkt. We mogen beide varianten proberen, warm en koud, en tot mijn verbazing vind ik warm bier het lekkerst. Het benadert enigszins ons bier, maar is zuurder.

We verlaten het dorpje, lopen bij iemand door de tuin, gaan door een bananenplantage – en ineens staan we tegenover ‘onze’ oprit. De tocht is daarmee afgesloten. Ik ga mijn verslag bijwerken, met name de vogellijst, want aan de rest kom ik niet meer toe. Douchen is namelijk inmiddels geen luxe meer, dus nadat ik mijn slippers heb schoongeschrobt kan ik mijzelf een wasbeurt geven. Een redelijk hoge douchekop en water dat op de juiste temperatuur is, maken dit tot een verrassend goed half uurtje. De douche met hoog comfort staat haaks op de kwaliteit van de plee. Die voert gewoon af op een beerput vlak onder je. Aan het hout zit een pisgeur. Gelukkig zit er wel een bril op nu – gisteren moesten we die nog missen.

Deze jonge Gekraagde Klauwier (Common Fiscal, lanius collaris) zorgt voor
veel verwarring. Onze vogelgidsen tonen afwijkende afbeeldingen en pas
als ik thuis ben, kan de identiteit met zekerheid worden vastgesteld.

De Roodvleugelspreeuw (Red-winged Starling, onychognathus morio)
ziet er niet heel opvallend uit, totdat hij zijn vleugels uitslaat.

We hadden gisteren trouwens ook geen licht op onze kamers – dat probleem werd opgelost met gaslampen, wat mij betreft afdoende. We eten deze avond gewoon brood uit eigen pot, de lunch van vanmiddag was zo overvloedig dat niemand de noodzaak van restaurantbezoek inziet. Daarna wordt er gekletst en geyahtzeed tot het bedtijd is.

 

9 April 2011
By on 14:01
Woensdag 28 juli: Jinja – Mbale – Sipi Falls

Vandaag hebben we ontbijt aan huis. Het ziet er heel goed uit en zo smaakt het ook. Veel fruit, sapjes, thee, koffie, melk, jam, kaas, ei, zelfs een soort gebak… prima!
Om 9.00 uur worden we opgehaald. Vandaag rijden we naar de Sipi Falls. De rit gaat langs suikerriet, rijst, cassave en maïs. Qua vogels is het iets rustiger dan gisteren. Toch passeren we een groep Kapgieren (Hooded Vultures) en een kolonie Zwartkopreigers (Black-necked Herons). In de omgeving van Kibuku stoppen we in een reigerkolonie, langs de kant van de weg. Er broeden behalve Zwartkopreigers ook Kleine Zilverreigers en Afrikaanse Nimmerzatten. Op de kaart zien we dat de wijde omtrek moerasgebied is, niet verwonderlijk dus dat die beesten hier gevonden worden.

Zwartkopreiger

We rijden verder. Cassave ligt langs de kant van de weg te drogen. Op scholen wordt lesgegeven in de buitenlucht. Het krijtbord staat tegen een boomstam. Ook komen we grote groepen volwassenen tegen. Volgen die soms ook lessen? Steve helpt ons snel uit de droom: er zijn binnen niet al te lange tijd verkiezingen en daarom worden er bijeenkomsten georganiseerd. Aha, in een land met zoveel werkloosheid doe je dat natuurlijk gewoon overdag. We passeren kleine dorpjes met vervallen huizen, armelijke bedoeninkjes in onze ogen. Toch ogen de mensen er gezond en netjes. Dan doemen er bergen op, uitlopers van de vulkaan Elgon.

In Mbale bezoeken we de supermarkt. We rijden vervolgens nog een stukje, tot we ongemerkt toch nog weer een hele route hebben afgelegd en ik er bij Steve op aandring om toch maar eens aan de lunch te denken. Ja, maar verderop weet hij een mooie plek, daar kunnen beter lunchen. Goed, nog even dan. De weg wordt slechter, smaller en met veel gaten erin, waar je je banden op stuk rijdt als je niet oplet. Dan zetten we de stijging in. In een bocht stuurt Steve het busje naar de kant: hèhè, we zijn er! Het is inderdaad een mooi plekje, alleen jammer dat we er zolang voor moesten rijden. Maar het uitzicht vergoedt alles. We zijn al flink gestegen en hebben een wijds uitzicht.

Na de lunch besluiten we een klein stukje te gaan lopen. Bergopwaarts. Dat biedt de gelegenheid tot vogelen, je strekt de benen tenminste even en doordat we langs het asfalt omhoog kunnen is het ook niet te zwaar. Afgeladen vrachtwagens, vol met Oegandezen die vanuit de stad komen en teruggaan naar hun huisjes op de berg, passeren ons. Kinderen houden de wacht bij cassave of andere etenswaar, dat aan de kant van de weg is uitgespreid om te drogen. Het zijn trouwens schuwe kinderen. Af en toe komt er een kroeskopje omhoog boven een rotsblok, maar zodra je ook maar even kijkt duikt het weer weg. Enge Muzungu, wat doen jullie hier?!

Steve pikt ons even later weer op. Het wordt tijd ook, de lucht betrekt. Dat wordt regen. Gelukkig is het niet ver meer. Om ongeveer half vier zijn we op ons adres, het Sipi Falls Resort. Dat blijkt echter overboekt te zijn, maar er is wat te regelen. We komen nu in een nogal Spartaans onderkomen terecht, dat zo te zien eigenlijk niet voor de gasten bestemd is, maar meer voor het eigen personeel of voor de chauffeurs van de toeristen. Nou ja, we hebben een dak boven ons hoofd, zullen we maar denken. Veel maakt het ons allemaal niet uit. Alleen die gezamenlijke plee is niet erg fris te noemen, helaas.

Westelijke Kanarie, kikuyuensis (Western citril)

Onze Torenvalk (Common Kestrel) is overal in Oost-Afrika te zien.

Intussen hebben we maar nauwelijks de tijd om de Sipi Falls te fotograferen: er barst een erg langdurige regenbui los, met onweer. Enfin, voorlopig zitten we droog.

Regen stort neer, druppelt van het rieten dak, sijpelt langs takken en bladeren omlaag – een lange weg, want ik zit hier behoorlijk hoog op de helling van de vulkaan Mount Elgon. En ik zit droog. Naast mij ruist het water dat van de berg omlaag stort, de Sipi Falls. Loodrechte wanden van kaal rotsgesteente rijzen omhoog uit het groene dal, waarin enkele dampwolkjes hangen. Of wordt er soms gekookt? Waar de kale wand ophoudt en de bergtop begint, staan wat bouwseltjes. Helaas ontsieren hier ook twee zendmasten ons uitzicht.
De lucht is loodgrijs, een vurige slang kronkelt omlaag, even later gevolgd door een zwaar, rommelend geluid van de donder, wegrollend in de verte. Dan wordt de regen minder, de lucht wat vriendelijker. Een Baglafecht Wever pikt een rupsje weg uit de struik vlak naast me. Een tjilpend geluid, als van een mus, klinkt van het dak – maar mussen zoals wij die hebben, zul je hier niet zien. Ik ben benieuwd hoe het weer morgen is, als we de bergen in zullen gaan…

Om 18.00 uur rijden we naar Kapchorwa, de “bovenstad” op de Elgon. Sironko is groter, maar ligt beneden, aan de voet van de vulkaan. En dat is best een eind rijden. In Kapchorwa zullen we in een restaurant gaan eten. In ons eigen tokootje vragen ze OS 15.000 per persoon, in het stadje eten we echter voor OS 42.000 (15 euro) met 6 personen. Bovendien breekt het de dag wat. Het is nat en koud bij het Sipi Falls Resort, dus al te veel op deze plek zitten is niet echt geweldig.
Na het eten worden we weer netjes afgeleverd, waarna Steve terugrijdt naar Kapchorwa, waar hij in een truckershotel overnacht.
Wij zitten nog een tijdje genoeglijk bij elkaar, houden de dagsluiting en gaan naar bed. Er zijn gelukkig dikke dekens en ik slaap daar uitstekend onder!

31 December 2010
By on 22:53
Woensdag 28 juli: Jinja – Mbale – Sipi Falls

Vandaag hebben we ontbijt aan huis. Het ziet er heel goed uit en zo smaakt het ook. Veel fruit, sapjes, thee, koffie, melk, jam, kaas, ei, zelfs een soort gebak… prima!
Om 9.00 uur worden we opgehaald. Vandaag rijden we naar de Sipi Falls. De rit gaat langs suikerriet, rijst, cassave en maïs. Qua vogels is het iets rustiger dan gisteren. Toch passeren we een groep Kapgieren (Hooded Vultures) en een kolonie Zwartkopreigers (Black-necked Herons). In de omgeving van Kibuku stoppen we in een reigerkolonie, langs de kant van de weg. Er broeden behalve Zwartkopreigers ook Kleine Zilverreigers en Afrikaanse Nimmerzatten. Op de kaart zien we dat de wijde omtrek moerasgebied is, niet verwonderlijk dus dat die beesten hier gevonden worden.

Zwartkopreiger

We rijden verder. Cassave ligt langs de kant van de weg te drogen. Op scholen wordt lesgegeven in de buitenlucht. Het krijtbord staat tegen een boomstam. Ook komen we grote groepen volwassenen tegen. Volgen die soms ook lessen? Steve helpt ons snel uit de droom: er zijn binnen niet al te lange tijd verkiezingen en daarom worden er bijeenkomsten georganiseerd. Aha, in een land met zoveel werkloosheid doe je dat natuurlijk gewoon overdag. We passeren kleine dorpjes met vervallen huizen, armelijke bedoeninkjes in onze ogen. Toch ogen de mensen er gezond en netjes. Dan doemen er bergen op, uitlopers van de vulkaan Elgon.

In Mbale bezoeken we de supermarkt. We rijden vervolgens nog een stukje, tot we ongemerkt toch nog weer een hele route hebben afgelegd en ik er bij Steve op aandring om toch maar eens aan de lunch te denken. Ja, maar verderop weet hij een mooie plek, daar kunnen beter lunchen. Goed, nog even dan. De weg wordt slechter, smaller en met veel gaten erin, waar je je banden op stuk rijdt als je niet oplet. Dan zetten we de stijging in. In een bocht stuurt Steve het busje naar de kant: hèhè, we zijn er! Het is inderdaad een mooi plekje, alleen jammer dat we er zolang voor moesten rijden. Maar het uitzicht vergoedt alles. We zijn al flink gestegen en hebben een wijds uitzicht.

Na de lunch besluiten we een klein stukje te gaan lopen. Bergopwaarts. Dat biedt de gelegenheid tot vogelen, je strekt de benen tenminste even en doordat we langs het asfalt omhoog kunnen is het ook niet te zwaar. Afgeladen vrachtwagens, vol met Oegandezen die vanuit de stad komen en teruggaan naar hun huisjes op de berg, passeren ons. Kinderen houden de wacht bij cassave of andere etenswaar, dat aan de kant van de weg is uitgespreid om te drogen. Het zijn trouwens schuwe kinderen. Af en toe komt er een kroeskopje omhoog boven een rotsblok, maar zodra je ook maar even kijkt duikt het weer weg. Enge Muzungu, wat doen jullie hier?!

Steve pikt ons even later weer op. Het wordt tijd ook, de lucht betrekt. Dat wordt regen. Gelukkig is het niet ver meer. Om ongeveer half vier zijn we op ons adres, het Sipi Falls Resort. Dat blijkt echter overboekt te zijn, maar er is wat te regelen. We komen nu in een nogal Spartaans onderkomen terecht, dat zo te zien eigenlijk niet voor de gasten bestemd is, maar meer voor het eigen personeel of voor de chauffeurs van de toeristen. Nou ja, we hebben een dak boven ons hoofd, zullen we maar denken. Veel maakt het ons allemaal niet uit. Alleen die gezamenlijke plee is niet erg fris te noemen, helaas.

Westelijke Kanarie, kikuyuensis (Western citril)

Onze Torenvalk (Common Kestrel) is overal in Oost-Afrika te zien.

Intussen hebben we maar nauwelijks de tijd om de Sipi Falls te fotograferen: er barst een erg langdurige regenbui los, met onweer. Enfin, voorlopig zitten we droog.

Regen stort neer, druppelt van het rieten dak, sijpelt langs takken en bladeren omlaag – een lange weg, want ik zit hier behoorlijk hoog op de helling van de vulkaan Mount Elgon. En ik zit droog. Naast mij ruist het water dat van de berg omlaag stort, de Sipi Falls. Loodrechte wanden van kaal rotsgesteente rijzen omhoog uit het groene dal, waarin enkele dampwolkjes hangen. Of wordt er soms gekookt? Waar de kale wand ophoudt en de bergtop begint, staan wat bouwseltjes. Helaas ontsieren hier ook twee zendmasten ons uitzicht.
De lucht is loodgrijs, een vurige slang kronkelt omlaag, even later gevolgd door een zwaar, rommelend geluid van de donder, wegrollend in de verte. Dan wordt de regen minder, de lucht wat vriendelijker. Een Baglafecht Wever pikt een rupsje weg uit de struik vlak naast me. Een tjilpend geluid, als van een mus, klinkt van het dak – maar mussen zoals wij die hebben, zul je hier niet zien. Ik ben benieuwd hoe het weer morgen is, als we de bergen in zullen gaan…

Om 18.00 uur rijden we naar Kapchorwa, de “bovenstad” op de Elgon. Sironko is groter, maar ligt beneden, aan de voet van de vulkaan. En dat is best een eind rijden. In Kapchorwa zullen we in een restaurant gaan eten. In ons eigen tokootje vragen ze OS 15.000 per persoon, in het stadje eten we echter voor OS 42.000 (15 euro) met 6 personen. Bovendien breekt het de dag wat. Het is nat en koud bij het Sipi Falls Resort, dus al te veel op deze plek zitten is niet echt geweldig.
Na het eten worden we weer netjes afgeleverd, waarna Steve terugrijdt naar Kapchorwa, waar hij in een truckershotel overnacht.
Wij zitten nog een tijdje genoeglijk bij elkaar, houden de dagsluiting en gaan naar bed. Er zijn gelukkig dikke dekens en ik slaap daar uitstekend onder!


By on 22:53
Dinsdag 27 juli: Mukono – Jinja

Goederentrein over de Nijl

Om 8.30 uur vertrekken we. Hoewel ik erg nieuwsgierig ben naar de rest van Oeganda, is het intussen ook op het terrein van Noah’s Ark nog steeds goed toeven: er zijn flink wat vogels te zien. Maar Steve is netjes op tijd en gelukkig blijkt dat voor onze soortenlijst toch goed uit te pakken. Ook onderweg naar Jinja volgt de ene na de andere vogelsoort. Deze rit voert langs stadjes en dorpen, zelden door gebied dat niet in gebruik is. Suikerrietvelden, theeplantages, een enkele keer wat koeien, geiten.

Kort voor het eindpunt, we zijn al in Jinja, houdt Steve halt bij een vleermuizenkolonie, die in de bomen huist. Nu is het verhaal van vleermuizen, Oeganda en Nederlandse toeristen niet helemaal geslaagd, want enkele jaren geleden is in een grot in het zuiden van dit land een vleermuis tegen een Hollandse dame opgevlogen. Zij kwam als gevolg daarvan thuis met een onbekende ziekte, een soort Marburgvirus. Er was niets over bekend en er waren ook geen medicijnen tegen. De vrouw is niet lang daarna overleden. Desondanks blijven het toch wel erg interessante beesten. Ze zijn nogal schichtig. Steve klapt in de handen en er vliegen er een stuk of acht op. Dat herhaalt zich een paar keer, totdat we er genoeg van hebben en de beesten met rust laten.

We komen al vroeg aan bij Two Friends, waar het er geweldig uitziet. Mannen rechts, vrouwen links in een huisje, zwembad ertussen. Dat zwembad is overigens slechts een paar stappen breed en lang, dus als je er met z’n tweeën inzit is het vol, maar het verfraait het kleinschalige vakantieoord wel. We nemen een uurtje de tijd om te ontbijten, want dat hebben we nog steeds niet gedaan. De inkopen daarvoor deden we al in Mukono.

’s Middags bezoeken we de bronnen van de Nijl. Het water stroomt hier vanuit het Victoriameer weg in de richting van de Middellandse Zee, duizenden kilometers verderop. Volgens onze gids borrelt het water hier ook op uit de grond… Hm, ik voel nattigheid. Ook Rwanda, een flink eind zuidelijker, claimt het bezit van de “bronnen van de Nijl”. En die liggen netjes in de bergen, zoals het hoort. Ze stromen uit in het Victoriameer. Het lijkt mij toe dat Rwanda de echte bronnen heeft. Om niet helemaal met lege handen te staan en toeristen te blijven trekken, komt men bij Jinja met het verhaal dat hier water uit de grond opborrelt, dat hier dus bronnen zijn. De bronnen van de Nijl! En inderdaad, het water borrelt hier omhoog, precies zoals je dat altijd ziet bij snelstromend water met wat draaikolkjes. Eerlijk gezegd heb ik er geen hoge pet van op.

Een Afrikaanse Zeearend (African Fish-Eagle) ontneemt
een Geelsnavelwouw (Yellow-billed Kite) zijn prooi.

Maar goed, een rondvaartbootje vaart met ons door het snelstromende water van de Nijl. Water dat zojuist nog water van het Victoriameer was. Er vliegen aalscholvers en ijsvogels rond, half verscholen in het riet ligt een varaan te zonnen. Een Geelsnavelwouw wordt achtervolgd door een Afrikaanse Zeearend, laat angstig de vis vallen die hij zojuist uit het water heeft opgepikt. De arend laat de wouw ontsnappen, de vis niet. Na een fraaie duikvlucht grijpen zijn lange klauwen het zieltogende beest van het wateroppervlak. Dat levert straks op een rustiger plek een lekker hapje op.

Afrikaanse Dwergaalscholver (Long-tailed Cormorant)

Kleine Zilverreiger (Little Egret)

We leggen aan bij een eilandje. Een belangrijk punt: het ligt precies op de plek waar het water van het Victoriameer wegstroomt in de Nijl. We lopen wat heen en weer op het smalle strookje grond. Daarna brengt men ons weer netjes bij de aanlegsteiger. Dat was het. O? Maar we zouden toch een rondvaart maken? Leuk hoor, we hebben veel vogels gezien en ze ook kunnen fotograferen, het is nog mooi weer ook… maar dit is echt veel te kort geweest. Ook Steve is niet tevreden over deze tocht, hij weet de bootslui te bewegen om nog een rondje van de zaak te geven. Een toegift met apen, een mooie Afrikaanse Zeearend en nog wat gevogelte.

Afrikaanse Zeearend (African Fish-Eagle)

Dan is de koek echt op. We leggen aan en lopen de trap op. Mijn oog valt op een monument voor Ghandi. Hier? Ja, want hier werd zijn as in de Nijl gedumpt.
Omdat we absoluut nog niet genoeg gezien hebben, gaan we nog wat dingen bekijken. We rijden naar het bekende punt waar je kan bungeejumpen en raften. Leuk om er wat foto’s te maken, maar als activiteit is het allebei niet aan ons besteed.

Twee foto's, op dezelfde plek genomen. Ik geef de voorkeur aan de tweede…

Een eindje verder zijn nog wat watervallen. Het ligt in een soort park en je betaalt dus een toegangsbewijs. Wereldschokkend is het allemaal niet, wat je te zien krijgt. Het is er best fraai en zo’n kaartje is ook zo duur niet, dus voor mensen die wat willen relaxen en wat tijd moeten doorbrengen, zoals wij, is het prima. We blijven een tijd bij het water en gaan daarna onder de bomen zitten met een colaatje; leuk vogelen ook weer.

We gaan terug naar Two Friends en blijven daar nog een tijdje, totdat Steve om half zes terug is om ons naar de stad te brengen. We vragen hem om een restaurantje uit te zoeken met goedkoop lokaal voedsel. Dat lukt best. We eten matoke of rijst met vis, cola erbij. Voor OS 4500 (eten) en OS 800 (frisdrank) per persoon, minder dan € 2,50, zijn we klaar.

Uitzwermende vleermuizen vliegen in de avondschermering over Two Friends

Matoke is een stevige bananenpuree, het is alsof je een kluit geelbruine klei op je bord hebt. Het smaakt flauw. Steve tipt ons: doe de saus bij de matoke. En inderdaad, nu is het goed. Zoals van klei verwacht mag worden, vult het ook goed. Je kunt je voorstellen dat de gewone man er hier een prima voedingsbron aan heeft. Het is ook overal in ruime mate verkrijgbaar. De dames in het gezelschap denken er anders over, maar zonder het direct op mijn favorietenlijst te zetten ben ik van mening dat het prima te eten is, zolang er maar iets van vissap of een andere saus bij zit.
We gaan terug naar Two Friends, verkletsen daar onze tijd, totdat het tijd wordt voor een douche. Die is helaas niet warm te krijgen. Dan maar een poedelbadje. Misschien zitten we morgen beter?

27 December 2010
By on 13:11
Dinsdag 27 juli: Mukono – Jinja

Goederentrein over de Nijl

Om 8.30 uur vertrekken we. Hoewel ik erg nieuwsgierig ben naar de rest van Oeganda, is het intussen ook op het terrein van Noah’s Ark nog steeds goed toeven: er zijn flink wat vogels te zien. Maar Steve is netjes op tijd en gelukkig blijkt dat voor onze soortenlijst toch goed uit te pakken. Ook onderweg naar Jinja volgt de ene na de andere vogelsoort. Deze rit voert langs stadjes en dorpen, zelden door gebied dat niet in gebruik is. Suikerrietvelden, theeplantages, een enkele keer wat koeien, geiten.

Kort voor het eindpunt, we zijn al in Jinja, houdt Steve halt bij een vleermuizenkolonie, die in de bomen huist. Nu is het verhaal van vleermuizen, Oeganda en Nederlandse toeristen niet helemaal geslaagd, want enkele jaren geleden is in een grot in het zuiden van dit land een vleermuis tegen een Hollandse dame opgevlogen. Zij kwam als gevolg daarvan thuis met een onbekende ziekte, een soort Marburgvirus. Er was niets over bekend en er waren ook geen medicijnen tegen. De vrouw is niet lang daarna overleden. Desondanks blijven het toch wel erg interessante beesten. Ze zijn nogal schichtig. Steve klapt in de handen en er vliegen er een stuk of acht op. Dat herhaalt zich een paar keer, totdat we er genoeg van hebben en de beesten met rust laten.

We komen al vroeg aan bij Two Friends, waar het er geweldig uitziet. Mannen rechts, vrouwen links in een huisje, zwembad ertussen. Dat zwembad is overigens slechts een paar stappen breed en lang, dus als je er met z’n tweeën inzit is het vol, maar het verfraait het kleinschalige vakantieoord wel. We nemen een uurtje de tijd om te ontbijten, want dat hebben we nog steeds niet gedaan. De inkopen daarvoor deden we al in Mukono.

’s Middags bezoeken we de bronnen van de Nijl. Het water stroomt hier vanuit het Victoriameer weg in de richting van de Middellandse Zee, duizenden kilometers verderop. Volgens onze gids borrelt het water hier ook op uit de grond… Hm, ik voel nattigheid. Ook Rwanda, een flink eind zuidelijker, claimt het bezit van de “bronnen van de Nijl”. En die liggen netjes in de bergen, zoals het hoort. Ze stromen uit in het Victoriameer. Het lijkt mij toe dat Rwanda de echte bronnen heeft. Om niet helemaal met lege handen te staan en toeristen te blijven trekken, komt men bij Jinja met het verhaal dat hier water uit de grond opborrelt, dat hier dus bronnen zijn. De bronnen van de Nijl! En inderdaad, het water borrelt hier omhoog, precies zoals je dat altijd ziet bij snelstromend water met wat draaikolkjes. Eerlijk gezegd heb ik er geen hoge pet van op.

Een Afrikaanse Zeearend (African Fish-Eagle) ontneemt
een Geelsnavelwouw (Yellow-billed Kite) zijn prooi.

Maar goed, een rondvaartbootje vaart met ons door het snelstromende water van de Nijl. Water dat zojuist nog water van het Victoriameer was. Er vliegen aalscholvers en ijsvogels rond, half verscholen in het riet ligt een varaan te zonnen. Een Geelsnavelwouw wordt achtervolgd door een Afrikaanse Zeearend, laat angstig de vis vallen die hij zojuist uit het water heeft opgepikt. De arend laat de wouw ontsnappen, de vis niet. Na een fraaie duikvlucht grijpen zijn lange klauwen het zieltogende beest van het wateroppervlak. Dat levert straks op een rustiger plek een lekker hapje op.

Afrikaanse Dwergaalscholver (Long-tailed Cormorant)

Kleine Zilverreiger (Little Egret)

We leggen aan bij een eilandje. Een belangrijk punt: het ligt precies op de plek waar het water van het Victoriameer wegstroomt in de Nijl. We lopen wat heen en weer op het smalle strookje grond. Daarna brengt men ons weer netjes bij de aanlegsteiger. Dat was het. O? Maar we zouden toch een rondvaart maken? Leuk hoor, we hebben veel vogels gezien en ze ook kunnen fotograferen, het is nog mooi weer ook… maar dit is echt veel te kort geweest. Ook Steve is niet tevreden over deze tocht, hij weet de bootslui te bewegen om nog een rondje van de zaak te geven. Een toegift met apen, een mooie Afrikaanse Zeearend en nog wat gevogelte.

Afrikaanse Zeearend (African Fish-Eagle)

Dan is de koek echt op. We leggen aan en lopen de trap op. Mijn oog valt op een monument voor Ghandi. Hier? Ja, want hier werd zijn as in de Nijl gedumpt.
Omdat we absoluut nog niet genoeg gezien hebben, gaan we nog wat dingen bekijken. We rijden naar het bekende punt waar je kan bungeejumpen en raften. Leuk om er wat foto’s te maken, maar als activiteit is het allebei niet aan ons besteed.

Twee foto's, op dezelfde plek genomen. Ik geef de voorkeur aan de tweede…

Een eindje verder zijn nog wat watervallen. Het ligt in een soort park en je betaalt dus een toegangsbewijs. Wereldschokkend is het allemaal niet, wat je te zien krijgt. Het is er best fraai en zo’n kaartje is ook zo duur niet, dus voor mensen die wat willen relaxen en wat tijd moeten doorbrengen, zoals wij, is het prima. We blijven een tijd bij het water en gaan daarna onder de bomen zitten met een colaatje; leuk vogelen ook weer.

We gaan terug naar Two Friends en blijven daar nog een tijdje, totdat Steve om half zes terug is om ons naar de stad te brengen. We vragen hem om een restaurantje uit te zoeken met goedkoop lokaal voedsel. Dat lukt best. We eten matoke of rijst met vis, cola erbij. Voor OS 4500 (eten) en OS 800 (frisdrank) per persoon, minder dan € 2,50, zijn we klaar.

Uitzwermende vleermuizen vliegen in de avondschermering over Two Friends

Matoke is een stevige bananenpuree, het is alsof je een kluit geelbruine klei op je bord hebt. Het smaakt flauw. Steve tipt ons: doe de saus bij de matoke. En inderdaad, nu is het goed. Zoals van klei verwacht mag worden, vult het ook goed. Je kunt je voorstellen dat de gewone man er hier een prima voedingsbron aan heeft. Het is ook overal in ruime mate verkrijgbaar. De dames in het gezelschap denken er anders over, maar zonder het direct op mijn favorietenlijst te zetten ben ik van mening dat het prima te eten is, zolang er maar iets van vissap of een andere saus bij zit.
We gaan terug naar Two Friends, verkletsen daar onze tijd, totdat het tijd wordt voor een douche. Die is helaas niet warm te krijgen. Dan maar een poedelbadje. Misschien zitten we morgen beter?


By on 13:11
Maandag 26 juli. Mukono

Hagedisbuizerd (Lizard Buzzard)

Maandagmorgen start met een koude douche. Totdat de boiler uiteindelijk toch maar besluit warm water te leveren. Het gezamenlijk ontbijt bestaat uit een cracker en een mok thee. We zijn ongetwijfeld te laat voor een ontbijt met de kinderen, die we vanuit ons bed “al heel vroeg” hoorden.

Een roedel apen trekt door de boomtoppen over het terrein.

Terwijl de dames op zoek gaan naar de baby’s, lopen Marinus en ik een rondje over het terrein. De lijst met waarnemingen begint te groeien, het is leuk vogelen met Marinus. We kunnen in alle rust hier rondlopen.

Niet alleen vogels zijn fraai, ook libellen hebben onze aandacht.

Jackfruit, een heerlijke en kostbare vrucht!

Om 13.00 uur lunchen we met de kinderen. Een zware pap die zowel qua smaak als substantie tussen stijfsel, aardappelpuree en griesmeel in zit wordt hier voor voeding aangezien. Een saus brengt er nog enige smaak aan. Ik krijg het maar net naar binnen, verwende blanke die ik ben!

’s Middags bezoeken we de school. We zitten met ons vijven achter in een lokaal met kinderen van zes à zeven jaar. De juf vertelt een verhaaltje. Er worden vragen over gesteld. Daarna mogen kinderen ook een verhaal vertellen en dat doen ze best goed. De een lang, de ander kort, maar het gaat allemaal wel! Daarna mogen ze ook zelf vragen stellen over hun verhaal.

Een kijkje op de lesstof van de hoogste groep.

Als het lang genoeg geduurd heeft, ik schat toch al gauw een half uur, mogen ze naar buiten. Wij vertrekken. Samen met Marinus besteed ik veel tijd aan het fotograferen van vlinders. Wat een weelde!

We zitten een poos bij het huisje, hebben genoeg te doen: de een draait alvast een wasje, ik laad een batterij op en lees intussen wat.
Om 18.00 is het weer etenstijd, de pot schaft witte rijst met wat groenten. Het smaakt me stukken beter dan de boerenklei die we vanmiddag kregen. Wat de kinderen betreft is het ook nu weer dezelfde roep om aandacht. Een drukke bedoening!


By on 12:23
Zondag 25 juli. Mukono

Eastern Grey Plantain-Eater

De nacht is koud, ik trek tenslotte m’n pyjamajasje aan, maar m’n sokken liggen te ver weg. Als ik uit bed stap, ben ik helemaal wakker en dat heb ik er niet voor over. Wakker zijn en slapen wisselen elkaar weliswaar af, maar wakker duurt nooit lang, daar ben ik te moe voor. Een flinke regenbui klettert rond 6.00 uur op het dak, vijf tot tien minuten lang. Dat hoort helemaal niet in deze tijd van het jaar! Maar goed, als het ’s morgens voor ik opsta regent, vind ik het alleen maar fijn. De natuur krijgt er een frisse uitstraling door.
We blijven lang uitslapen, daarna gaan we snel op pad naar Pieta, waar we mogen ontbijten. Een boterham met kruidenboterkaas, eentje met sandwichspread; mok koffie erbij… heerlijk!
Na ruimschoots de tijd genomen te hebben voor het ontbijt, gaan we met Piet op pad. Hij laat ons het terrein zien en geeft uitleg. Het is ongelofelijk dat één persoon zoveel weet en kan! Piet is hier bijna koning in zijn koninkrijk, plant de werkzaamheden en toekomstige uitbreidingen, heeft toekomstvisie, enzovoort. Alles wordt in eigen beheer uitgevoerd, alleen als dat echt niet kan worden er aanvullende arbeiders aangetrokken voor een bepaalde klus. Ook vrijwilligers dragen een steentje bij, zij komen hier via Livingstone. Piet heeft nu plannen voor een viskwekerij (tilapia) en er zal ook voortgezet onderwijs moeten komen, want de oudste kinderen van Noah’s Ark zijn nu 11 jaar. Naast de viskwekerij zal een metaalwerkplaats de nodige praktijkervaring gaan opleveren. Tenslotte zal het dan toch de bedoeling zijn dat de kinderen daarna een baan in de harde buitenwereld zoeken, want verder dan voortgezet onderwijs wil Piet niet gaan en het is voor beide partijen niet goed om de eigen weeskinderen in dienst te nemen.

Black-eyed Bulbul

Er is veel werkloosheid in Oeganda. Minder dan 15% van de bevolking heeft een vaste of tijdelijke baan, de rest is bezig met overleven. Werk is dus erg lastig, want de hele samenleving gaat ervan uit dat je vrij bent. Een bruiloft? Dat betekent in Oeganda dat je drie weken niet op je werk komt. Begrafenis? Net zo. Piet heeft daar heel duidelijke afspraken voor moeten maken met de mensen die bij Noah’s Ark werken. Je krijgt één dag vrij. Ben je erg bijtijds met de aanvraag, dan mag je nog twee extra dagen vrijaf, op eigen kosten. Maar ben je te laat terug, dan kom je er niet meer in! Natuurlijk is het heel vervelend om ingewerkt personeel op deze manier kwijt te raken, maar als je het zo niet aanpakt, is het hek van de dam.
We zien de akkers in het dal; door Piet is het bos in een jaar tijd omgezet in bouwland. We zullen maar niet vragen naar de gevolgen van deze ontbossing voor de natuur. Die is beslist groter dan de schade aan dit ene dal, want het voorbeeld wordt al dapper nagevolgd door omringende Mukonozen.

         

Bronze Mannikin

Een ander bosgebied, grenzend aan het terrein van Noah’s Ark, komt er wellicht beter vanaf: Piet wil het voor veertig jaar in bruikleen nemen – de normale periode van pacht in Oeganda – om er een ecolodge te starten. Op zijn eigen terrein blijkt ook nog heel wat wild te zitten. We komen bijvoorbeeld tijdens de wandeling twee soorten apen tegen. En zelfs een luipaard moet binnen de muren leven! Gelukkig is het beest zo schuw, en het terrein zo uitgestrekt, dat niemand last van hem heeft.
Er zijn plannen voor een winkeltje en een restaurant, enzovoort. The sky is the limit. En alles ligt in handen van Piet. Hij krijgt wel enige ondersteuning van de Oegandese hoofdonderwijzer, de arts en de manager, maar die zullen toch niet in staat zijn om het werk helemaal van hem over te nemen. Een kwestie van mentaliteit, dus ook niet echt aan te leren. Hoe dat met de opvolging moet…

De eigen ambulance, die regelmatig erg goed werk verricht!

Aan het einde van de rondleiding start het middageten. We krijgen twee boterhammen met scrambled egg als lunch. Daarna zitten we nog heel even voor ons huisje, om 14.00 uur begint de kerkdienst. De kerk ziet er uit als een Afrikaanse hoge hoed op palen, met slechts dertig procent muur rondom. Het is binnen zodoende koeler dan buiten. Over de temperatuur hebben we trouwens toch niks te klagen.
De mensen stromen toe, het zingen start. Daarna neemt een Oegandese predikant het woord. Hij is geschoold op de Amerikaanse theologenopleiding. De mensen doen enthousiast mee. Qua inhoud is het in onze ogen allemaal erg mager. God heeft een doel met je. Als je doet zoals je bent, dan doe je zoals God je gewild heeft. Houen zo. Je bent erg bijzonder; praise the Lord! En dan klinkt het misschien alsof ik er een karikatuur van maak, maar zo werd het toch echt verteld en inhoudelijk niks meer dan dit.

Na de kerkdienst hebben we tijd om lekker voor ons huisje te vogelen. Enkele kinderen komen langs om zich te vermaken met die blanken. Ze spreken allemaal Engels, hoe jong ze ook zijn. Kinderen van drie jaar vragen je: “What’s your name? How old are you?” Engels is kennelijk hun eerste taal, wat natuurlijk niet vreemd is in zo’n weeshuis. Oeganda is bovendien een voormalige Engelse kolonie en de invloeden zijn erg sterk. Met Engels kun je overal in Oeganda terecht, met je eigen stamtaal alleen bij stamgenoten. Op een gegeven moment wordt het wel erg druk om ons heen – tot de kinderen worden opgehaald door een van de meisjes van het huis.

Om 18.00 uur staat het eten klaar. Patat met wat ketchup en een worstje. Er zit ook nog een koolachtige groente bij, een soort atjar. Smaakt goed, wordt met de hand gegeten. Tja, waarom zou je meer vuilmaken dan nodig is, die afwas is ook elke keer een heel karwei natuurlijk…
We zitten verspreid tussen de kinderen. Een belhamel van vier jaar kwam mij halen. Later krijgt hij straf en verdwijnt hij een poosje van het toneel, om aanmerkelijk stiller en met de traantjes nog in de ooghoeken terug te komen.

De belhamel.

Het klapstuk aan het eind is de verjaardag van een jochie, drie jaar nu. De zaal explodeert, geklap en geroffel op de tafels, het ene liedje volgt het andere op. Drie cadeautjes worden uitgepakt. Iedereen krijgt nog een dobbelsteentje cake en daarmee is het feest afgelopen.
Na het dankgebed, zingend, met alle kinderen, worden ze naar hun slaapzaal gedirigeerd. Wat tanden heeft, gaat poetsen; de rest duikt regelrecht in bed, met kleren en al. Enkelen van de kleinsten tillen we in het ledikant en we dekken ze toe. “Thank you, uncle!”, zingt het jochie.
We vertrekken. In het huisje wordt een preek beluisterd van ds. Kempeneers over Psalm 42 vers 12. Een neergebogen ziel. Klagen mag, als het een klagen is over de zonden. Maar er kan ook een klagen zijn, dat voortkomt uit aardse zorg en bovenmatig verdriet. David is wellicht de dichter van deze psalm en hij bestraft zichzelf in een alleenspraak, wijst op het geloof en op het vertrouwen op God.
Na de preek zitten we nog een tijdje op ‘ons’ terras. Het regent en de temperatuur is prima. Tenslotte is het ook voor ons bedtijd. Na de dagsluiting is het snel stil. Met ditmaal wel kousen aan, is het ook voor mij goed toeven in dromenland.

 

22 December 2010
By on 18:40
Vrijdag en zaterdag 23-24 juli

We hebben afgesproken dat we om 12.15 uur op Schiphol zullen zijn. Op de een of andere manier slaag ik erin zelfs acht minuten te vroeg te arriveren. Annette staat al te wachten, Toos en Marjan zijn er ook, ze houden een andere ingang in de gaten.
Als Marinus ook aan komt stappen, zijn we compleet. Snel de rugzakken wegbrengen, dan ben je daar maar weer vanaf. Douane, dollars tappen – gewoon uit de muur – en in de delftsblauwe poffertjeskraam nog even een flinke bak tomatensoep naar binnen werken. Boarden, enzovoort.

De vertrektijd is 15.30 uur, om 16.14 uur raken we los van de grond. Positieve waardering voor bediening, beeldscherm en maaltijd.
Om 22.10 uur komen we weer aan wal, maar in Dubai is het twee uur later dan in Nederland. De volgende vlucht gaat om 8.25 uur: we zijn veroordeeld tot een nachtje rondhangen op deze drukke en grote luchthaven rond. Door de drukte is het moeilijk om een rustig plekje te vinden waar je nog een beetje kunt slapen ook. De lounge voor businessclass-reizigers in voor mij natuurlijk verboden gebied, maar je er achter langs lopen. De gates die volgen zijn vannacht niet meer in gebruik, de vloer is schoon. Goed, dan kan je daar ook slapen, met de fototas als kussen. Het enige probleem is dat je er nogal stijf van wordt.

 

Zoek eerst maar eens op welke gate je moet hebben!

Ik ben dus blij dat ik wat geslapen heb, maar raak toch al vrij vroeg aan de wandel. Nog steeds is de drukte overstelpend. We krijgen nog te maken met een gate-change ook. Dat betekent dat we van de ene kant naar de andere moeten lopen, een behoorlijke tippel! Uiteindelijk kunnen we boarden. Alles gaat zoals te verwachten is, maar de bediening verloopt op deze reis minder goed. Om 12.11 uur (Dubai-tijd) landen we in Addis Abeba, Ethiopië. De vlucht duurde dus zo’n vier uur. Wel een verschil hoor, wegvliegen uit een dor en droog Dubai en aankomen in een frisgroen Addis!

Het derde bedrijf brengt ons naar Entebbe, waar we na zo’n anderhalf uur vliegen arriveren. We zijn uiteindelijk dan toch op onze reisbestemming aangekomen.
Als we uit het vliegtuig stappen, zien we meteen al twee Maraboes overvliegen, en een Geelsnavelwouw. Een groepje zwaluwen laat zich zien, maar ik weet niet welke soort het betreft. We lopen van het vliegtuig naar de douane, waar natuurlijk de nodige formaliteiten moeten worden afgehandeld. We sluiten aan in de rij om een visum te betalen (50 US-dollar per persoon). Het gaat allemaal wel gemakkelijk, maar kost natuurlijk wel tijd. Wat erger is: sinds de aanslagen van twee weken geleden moet alles en iedereen gecontroleerd worden… met één scanner! De rij mopperende wachtenden is fors, erg fors. De Oegandezen in de rij mopperen net zo hard mee, dus is het niet louter ons westers ongeduld wat hier opspeelt. Het wordt nog erger. Een belangrijke delegatie arriveert en heeft uiteraard voorrang. Intussen hoop ik dat onze chauffeur voldoende geduld heeft om op ons te wachten.

Steve is onze betrouwbare chauffeur gedurende deze reis.

Als we uiteindelijk buiten komen, blijkt dat gelukkig het geval te zijn. De komende weken rijden we met Steve Zziwa door Oeganda en Rwanda. Onze eerste rit zal zijn naar Mukono, waar Piet en Pieta het weeshuis “Noah’s Ark” hebben opgezet. Voor we Kampala verlaten, hebben we Oegandese Shillings nodig om water te kopen. Ik ruil 100 euro voor 280.000 OS en haal in de supermarkt aan de overkant van het wisselkantoor een doos van 12 flessen water van anderhalve liter. Dat kost 9500 OS, ongeveer € 3,40. Een eerste indruk van de prijzen hier.
De rit gaat over drukke wegen. Af en toe passeert ons een presidentieel escorte, waarbij alle overige weggebruikers de berm induiken om te wachten tot de laatste auto gepasseerd is. Kennelijk pendelen ze wat heen en weer, we komen ze een paar keer tegen op het traject tussen luchthaven en paleis. Op het eerste stuk zien we veel Maraboes, ook wat Koereigers en Schildraven, zelfs neushoornvogels (maar welke?). Daarna wordt het te donker, dat is hier al vrij vroeg. De nieuwe rondweg om de stad Kampala helpt ons om wat verloren tijd in te halen. Het is druk en iedereen wil voorrang. Mensen lopen pal naast de snelweg, brommers en fietsen scheuren daar tussendoor – levensgevaarlijk!

Als we tenslotte in Mukono zijn, weet Steve niet waar wij moeten zijn. Marjan is enkele jaren geleden hier geweest, maar kan ons om onverklaarbare redenen ook niet de weg wijzen. Wellicht speelt daarbij mee dat het zo donker is… Het adres is doorgegeven aan Matoke Tours, we gingen ervan uit dat die hun chauffeur dit van tevoren zouden laten weten, zodat die zich alvast op een kaart of via de in dit soort landen zo belangrijke contactpersonen oriënteren kon. Nee dus. Het adres hebben we niet bij ons. Terwijl Steve probeert lokalo’s aan de praat te krijgen, sms-en wij naar het noodnummer van Matoke in Nederland. Broer en zus van Toos worden ook ingezet. Zo krijgen we via diverse kanalen het telefoonnummer, waarna Steve Pieta aan de lijn krijgt. Die is net klaar met een zware bevalling, de tweede vandaag. Ze weet aan een lokale voorganger, die inmiddels ook is opgetrommeld, uit te leggen waar we heen moeten. Hij rijdt mee en zodoende komen we rond kwart voor negen toch eindelijk bij het weeshuis aan. We zijn behoorlijk gaar, maar de hartelijke ontvangst geeft nieuwe energie. En dat terwijl Pieta ondertussen toch ook bekaf is…
We krijgen frisdrank, Piet loopt met Steve mee om onze bagage op de juiste plek te brengen. Maar wij kunnen rustig nog een poosje relaxen. Als het geregeld is, worden ook wij naar het huisje gebracht. Het ziet er prima uit. Twee matrassen op de grond, drie bedden. Een woonkamer, twee slaapkamers, een keuken en een douche/wc. En een veranda, waar we de komende dagen van zullen genieten. Dinsdagmorgen zullen we pas vertrekken.
Nadat de tanden gepoetst zijn, is het eindelijk bedtijd. We houden dagsluiting en gaan slapen!


By on 13:57